‘Zijn lot kan de Belgische regeringen niets schelen’

‘Mijn man kan elk moment sterven’, zegt Vida Mehrannia, de vrouw van de ter dood veroordeelde VUB-professor Ahmadreza Djalali. ‘De Zweedse, Belgische en Vlaamse regeringen zullen dan medeverantwoordelijk zijn.’

Vida Mehrannia (46) is de wanhoop nabij. Bijna vijf jaar geleden, op 25 april 2016 werd haar man Ahmadreza Djalali in Iran gearresteerd. Anderhalf jaar later werd de aan de VUB verbonden Zweeds-Iraanse professor rampengeneeskunde in een showproces ter dood veroordeeld voor spionage.

‘Ik vrees dat Ahmad 25 april van dit jaar niet meer haalt’, zegt Mehrannia aan de telefoon vanuit Stockholm. ‘Ik weet zelfs niet of hij nog het einde van deze of volgende week haalt. Ahmadreza is op sterven na dood. De Zweedse, Belgische én Vlaamse regeringen laten intussen betijen. Als mijn man sterft, beschouw ik hen als medeverantwoordelijk.’

Wanneer sprak u Ahmadreza Djalali voor het laatst?

Vida Mehrannia: De laatste keer dat ik zijn stem hoorde, was op 24 november vorig jaar. Hij belde me toen om afscheid te nemen. Hij was in de Evin-gevangenis in Teheran verplaatst naar een dodencel, waar hij sindsdien in isolatie zit. Zondag gingen zijn moeder en zus bij hem op bezoek. Dat was verschrikkelijk. Ze zijn in paniek en wenen continu aan de telefoon. Ahmads gezondheidstoestand gaat razendsnel achteruit. Hij is graatmager, vel over been en wordt psychisch gefolterd. In zijn cel staat er dag en nacht een felle lamp op hem gericht. Hij heeft geen enkel contact met medegevangenen. Vier maanden lang al zit hij in totale isolatie in dat witte licht. Niemand van zijn bewakers wil hem zeggen wat ze met hem van plan zijn. Hij mag niet met mij of onze kinderen bellen, of met zijn advocaat. We leven in totale onzekerheid. Ik ben zo vreselijk bang dat mijn man een van deze dagen gewoon zal bezwijken. Hij zit in een diepe depressie en krijgt amper nog voedsel binnen. Hij zei zondag tegen zijn moeder en zus dat hij gek aan het worden is. Hij slaapt niet meer en eet niet meer.

Hoort u iets van de Zweedse en Belgische overheden?

Mehrannia: Altijd hetzelfde riedeltje: dat ze zijn zaak op de voet volgen. (stilte) Intussen gebeurt er helemaal niets. Ze laten gewoon toe dat Ahmadreza gefolterd wordt. Het kan hun niets schelen.

‘Zijn zaak volgen’ is niet genoeg. In juni 2018 ontmoette ik de toenmalige Vlaamse minister-president Geert Bourgeois (N-VA). Hij beloofde dat hij diplomatieke druk zou uitoefenen op het Iraanse regime. Begin februari 2019 verzekerde de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) me dat hij het bij elk overleg met zijn Iraanse collega over Ahmad zou hebben. Daarna werd het stil. Ook de Zweedse regering liet mijn man vallen als een baksteen. Op papier zijn we Zweedse staatsburgers; in de praktijk merken we daar niets van. Intussen tikt de klok en houdt de angst me in een wurggreep.

Zocht Bourgeois’ opvolger Jan Jambon contact met u?

Mehrannia: Ja, maar ook hij draaide datzelfde afgezaagde liedje af. ‘We volgen de zaak van uw man nauwgezet.’ De voorbije vier maanden veranderde er niets in de zaak van mijn man. Hij zit nog steeds in isolatie en wordt dag en nacht gefolterd.

Maar wat verwacht u dan van onze Vlaamse en federale regeringen?

Mehrannia: Ze moeten de druk op Iran zonder treuzelen opvoeren en eisen dat mijn man meteen wordt vrijgelaten. Op dit moment is hij een vogel voor de kat. Voor mij is het duidelijk: het interesseert hen niet.

Zou het niet kunnen dat er achter de schermen gewerkt wordt aan een ruil tussen uw man en de onlangs in België tot twintig jaar veroordeelde diplomaat/spion Assadollah Assadi?

Mehrannia: Ik weet daar niets over. Misschien is dat zo, maar ik heb daar tot hiertoe geen enkele aanwijzing voor. Het is best mogelijk dat het Iraanse regime mijn man als een interessante gijzelaar beschouwt. Alleen rest er voor Ahmad nog maar weinig tijd. Hij zit er compleet onderdoor, is totaal uitgeput en in acuut levensgevaar.

Misschien komt het Iran goed uit dat uw man in gevangenschap een ‘natuurlijke dood’ sterft of zelf een einde aan zijn leven maakt?

Mehrannia: Dat heb ik ook al gedacht, ja. Ik ben heel bang dat het de doelbewuste strategie van het Iraanse regime is om hem in totale isolatie te laten creperen. Dan hoeven ze zijn executie niet meer te voltrekken en vermijden ze dat ze door de internationale gemeenschap met de vinger gewezen worden. Als dat gebeurt, beschouw ik de Vlaamse, Belgische en Zweedse regeringen als medeschuldig. Want zij weten perfect hoe slecht Ahmad eraan toe is, maar behalve zijn zaak ‘op de voet volgen’, doen ze niets. Alsof ze braaf op de dood van Ahmad zitten te wachten en daarna op de excuses van het Iraanse regime. Ik aanvaard dat niet. Ik ben zo ontzettend teleurgesteld.

Ook in de hulp van Europa?

Mehrannia: Zeker. Álle politici laten ons in de steek. Ze sluiten hun ogen. Waar ze ‘achter de schermen’ ook mee bezig zijn: het is duidelijk niet voldoende. Ook de EU zal verantwoordelijk zijn voor de dood van mijn man. Waarom lukt het hun niet om net als de Amerikaanse regering een gevangenenruil met Iran te organiseren? De Amerikanen durven wél hun stem verheffen en maatregelen nemen. Zij sussen niet met: ‘We volgen uw zaak op de voet.’

De voorbije vier maanden hadden ik en de kinderen geen enkel contact met Ahmad. Geen foto, geen telefoongesprek, geen nieuwjaarswens, geen teken van leven. Alleen af en toe een gruwelijk verslag van zijn familie in Iran. Zaterdag 20 maart is Perzisch Nieuwjaar. ‘Zal papa dan bellen?’, vraagt ons negenjarig zoontje Amitis. Hij gelooft al vijf jaar dat Ahmad in Iran op zakenreis is en door omstandigheden niet terug kan. Ik durf hem de waarheid niet te zeggen. Hij is nog zo jong, maar ik zie hoe hij er emotioneel onder lijdt. Onze dochter Aryio is tien jaar ouder. Zij weet wél hoe de vork in de steel zit. Ze maakt zich zoveel zorgen over haar papa.

Hoe gaat het met u?

Mehrannia: Ik ben wanhopig en de druk is immens, maar ik kan het me niet permitteren om compleet te crashen. Ik ben de enige kostwinner nu in dit gezin en ik moet er zijn voor de kinderen. Maar weten dat mijn man dag en nacht gefolterd wordt, is ondraaglijk. Net als het besef dat de politici die ons zouden moeten helpen, daar hun slaap niet voor laten.

© Jan Stevens

“Elk moment van de dag wacht ik op Ahmad”

Voor het derde eindejaar op rij valt er niets te vieren voor Vida Mehrannia, vrouw van de terdoodveroordeelde VUB-professor Ahmadreza Djalali. “Soms vraagt onze zoon: ‘Is papa dood?’”

 

Eind juni was Vida Mehrannia (44) even in Brussel. Ze ontmoette er Europese en Vlaamse gezagsdragers en smeekte hen om het Iraanse regime onder druk te zetten om haar man Ahmadreza Djalali vrij te laten. De aan de VUB verbonden Zweeds-Iraanse professor Djalali werd op 25 april 2016 in Iran gearresteerd. Anderhalf jaar later werd hij in een showproces ter dood veroordeeld voor spionage. Alle politici die Vida Mehrannia in Brussel sprak, beloofden haar dat ze Iran het vuur aan de schenen zouden blijven leggen. De Vlaamse minister-president Geert Bourgeois (N-VA) vertelde haar dat hij er de Iraanse ambassadeur én de Iraanse vicepresident Sorena Sattari over had aangesproken. “Dat klonk allemaal zeer hoopvol”, zegt Vida Mehrannia. “Een tijdlang geloofde ik ook echt dat ze het Iraanse regime hard zouden aanpakken, maar tot hiertoe heb ik daar helemaal niets van gemerkt. Ik heb nog geen enkele Europese politicus tegen de ayatollahs horen zeggen: ‘Zolang jullie de mensenrechten niet respecteren, vertikken we het om handel met jullie te drijven.’ In werkelijkheid kiezen ze ervoor om met de dictators zaken te blijven doen.”

Vandaag woont Vida Merhannia samen met haar dochter Ariyo (16) en zoontje Amitis (6) in een flat in een voorstad van Stockholm. “Ik ben naar hier verhuisd toen Ahmadreza al in de gevangenis zat. Vlak voor zijn vertrek hadden we de oude flat opgezegd en het contract voor de nieuwe getekend. In mijn eentje moest ik toen de hele verhuis regelen.”

 

Hoe was 2018 voor u?

Vida Merhannia: “Vreselijk, maar iets minder vreselijk dan 2017. Eigenlijk veranderde er in 2018 niets, alleen kreeg ik in 2017 zowat elke dag slecht nieuws te verwerken. De voorbije maanden was ik vooral aan het wachten. Elk moment van de dag wacht ik op Ahmad. Ik hoop dat hij in 2019 wordt vrijgelaten.”

 

Hoe gaat het nu met hem?

“Niet goed. Hij zou zeer dringend een grondig medisch onderzoek moeten ondergaan. Maandenlang al heeft hij een tekort aan witte bloedcellen. Vorige week nam de gevangenisdokter een bloedstaal af. Hij zei: ‘We beslissen later wel wat we met je zullen aanvangen.’ Op 19 november moest Ahmad met spoed geopereerd worden vanwege een ingeklemde liesbreuk. Toen namen ze een eerste bloedstaal af. Ahmad is zelf dokter en kan dus goed inschatten wanneer symptomen ernstig zijn. We hopen dat zijn bloed deze keer serieus onderzocht wordt.”

 

Voor die spoedoperatie werd hij vanuit de Evin-gevangenis in Teheran overgebracht naar een ziekenhuis?

“Ja. In het ziekenhuis ketenden ze hem aan zijn bed vast. De dag na de operatie brachten ze hem al terug naar zijn cel. In de gevangenis is geen ziekenboeg en er is ook geen fatsoenlijke nazorg mogelijk. Er is alleen die gevangenisdokter die een voorraadje pillen heeft om hoofd- en tandpijn te bestrijden. Meer is er niet. Psychisch is Ahmad er zeer slecht aan toe. Hij ziet geen enkel lichtpuntje meer aan het eind van de tunnel.”

 

U spreekt hem nog steeds elke dag via de telefoon?

“Elke dag spreken we elkaar, ja. Sinds zes maanden heeft hij contact met me via Messenger. Maar hij is zo moedeloos en ik ben bang dat hij in een diepe depressie beland is. Dagenlang al lijdt hij aan slaapstoornissen. Om 11 uur ’s avonds valt hij in slaap en om twee uur ’s nachts is hij weer klaarwakker. Zijn bloeddruk is veel te hoog.

“Vaak zegt hij: ‘Ik weet niet of ik ooit nog bij jullie terug zal kunnen komen.’ Ik troost hem dan en spreek hem moed in. ‘Nee, Ahmad, je zal snel thuis zijn. Ik beloof het je.’ Ik vertel hem over onze toekomst samen, over hoe we terug als een gewoon gezin zullen leven in onze flat in Stockholm.”

 

Maar hij kan op elk moment geëxecuteerd worden?

“Ja. Iran heeft een bedenkelijke reputatie als het op het uitvoeren van de doodstraf aankomt. De veroordeelde zelf of zijn familieleden worden niet op voorhand geïnformeerd. Als om middernacht je celdeur geopend wordt, weet je dat je laatste uur geslagen is. Dan word je meegenomen naar de plaats waar je zal opgehangen worden. Continu leven wij met die vreselijke onzekerheid. We hebben al talloze keren aan de Iraanse autoriteiten om duidelijkheid gesmeekt. Ahmads advocaat heeft ondertussen verschillende beroepen tegen het vonnis ingespannen die allemaal werden afgewezen. Maar hij gelooft dat er nog een kans is en diende daarom nu opnieuw beroep in. Ik weet het niet meer. Ahmad vertelde hoe een van zijn medegevangenen na drie jaar opsluiting om twaalf uur ’s nachts uit zijn cel gehaald werd en overgebracht naar een andere gevangenis. Daar werd vervolgens het doodvonnis uitgevoerd.”

 

Was Ahmad met die man bevriend?

“Nee, al is hij intussen wel bevriend met een paar medegevangenen. Hij zit niet tussen moordenaars en dieven, maar in de vleugel van de politieke gevangenen. Zijn megegevangenen zijn vooral advocaten en leerkrachten. De leraars zitten vast omwille van hun politieke overtuiging; de advocaten omdat ze burgers met ‘afwijkende meningen’ verdedigden. Ahmad kookt alle dagen voor hemzelf en zijn celvrienden. (lachje) Hij leest boeken uit de gevangenisbibliotheek. Veel keuze is er niet. Hij piekert ook voortdurend over nieuwe invalshoeken om zijn proces te laten herzien.

“De eerste drie maanden zat hij in een isoleercel van twee op drie meter. Zeven maanden lang kreeg hij geen advocaat. Twee keer ging hij in hongerstaking om zijn recht op verdediging af te dwingen: in totaal 88 dagen. Hij verloor bijna 27 kilo. Maar de autoriteiten gaven niet toe. Ahmad kreeg een lijst van ‘goedgekeurde’ advocaten voorgelegd en koos murw en moegestreden voor meester Daryabeighi. De beruchte ‘rechter des doods’ Abolqasem Salavati veroordeelde Ahmad ter dood, en een week lang lichtte Daryabeighi daar niemand over in. Ik kwam het uiteindelijk toch te weten en belde die man. ‘Ja, mijnheer Djalali kreeg vorige week de doodstraf.’ Ik vroeg waarom hij me niets had laten weten. ‘Omdat ik ook van niets wist.’ Onzin. Intussen heeft Ahmadreza een advocaat die wel deugt.”

 

U hebt uw man sinds hij gevangen zit nog niet kunnen bezoeken?

“Nee, 32 maanden lang heb ik hem niet meer in levende lijve gezien. Het is onmogelijk voor mij en mijn kinderen om naar Teheran te reizen. Zijn familie in Iran bezoekt hem wel. Ik ben bang dat ook ik gearresteerd zal worden als ik voet op Iraanse bodem zet. In mijn geboorteland is alles mogelijk.”

 

Niet alleen Geert Bourgeois, maar ook Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de EU, beloofde om u te helpen. Hoe staat het daarmee?

“Ze verzekeren me allemaal telkens weer dat ze Ahmads zaak op de voet volgen. Maar wat er precies gebeurt, weten wij niet. We zijn Zweeds staatsburger, wat dus ook wil zeggen dat de Zweedse overheid ons moet bijstaan als we in het buitenland in de problemen komen. Ik loop de deur van het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken plat, voorlopig vergeefs. Twee maanden geleden vroeg ik: ‘Wat hebben jullie de voorbije 30 maanden ondernomen?’ Weet u wat het antwoord was? ‘We volgen de zaak van uw man op de voet.’ Ik vroeg of ze me alstublief wat meer details konden geven. ‘We mogen daar verder niets over kwijt.’ Ik vroeg ook aan Federica Mogherini wat zij ondernomen had. Haar antwoord: ‘We volgen Ahmads zaak.’ Die nietszeggende antwoorden zijn zo frustrerend. Ondertussen verandert er geen sikkepit in zijn toestand.”

 

U weet niet of er iets achter de schermen gebeurt?

“Nee. Ik hoopte een tijdje op een gevangenenruil, want in het verleden is die er al geweest. Begin 2016 sloten Amerika en Iran een deal om vier door Iran gevangengenomen Amerikaanse staatsburgers te ruilen voor zeven gearresteerde Iraniërs. In Zweden zitten geen Iraniërs in de gevangenis die in aanmerking komen voor een ruil met mijn man. Maar misschien zijn er elders in Europa, daarom ook stelde ik zoveel hoop op het Europese Parlement en op Mogherini. Ik hoor niets meer over die piste. De Belgische en Zweedse afdelingen van Amnesty International proberen ook het vuur brandend te houden; voorlopig is er enkel onheilspellende stilte. Ook van de Belgische autoriteiten komt er geen nieuws.”

 

Na de Amerikaanse sancties tegen Iran zijn de ayatollahs misschien toch bereid tot onderhandelen met Europa?

“Misschien is dit inderdaad hét moment voor Europa om mijn man vrij te krijgen. Alleen lijken de EU en het Europees Parlement in de eerste plaats geïnteresseerd in zakendoen met Iran. Ik vrees dat ze enkel met de mond belijden dat mensenrechten belangrijk zijn.”

 

Hoe is het met uw kinderen?

“Onze zoon Amitis mist Ahmad heel erg. Hij weet niet dat zijn vader in de gevangenis zit en ter dood veroordeeld is. Hij denkt dat papa op zakenreis is in Iran. Ik kan hem dat nieuws nu nog niet vertellen, want hij is al zo droef over zijn vader die maar niet naar huis komt. Elke dag vraagt hij: ‘Wanneer komt papa terug?’ Elke dag.

“Onze dochter Ariyo weet alles; zij wacht op zijn thuiskomst. De kinderen praten regelmatig met Ahmad via Messenger. Dat zijn soms zeer emotionele gesprekken. Mijn zoon is jarig op 28 december, hij wordt dan zeven. Hij zei: ‘Zal papa dan terug zijn? Ik wil dat hij naar mijn verjaardagsfeestje komt.’”

 

Ooit zal u het hem toch moeten vertellen wat er werkelijk aan de hand is?

“(stilte) Soms vraagt Amitis: ‘Is papa dood?’ Ik antwoord dan: ‘Natuurlijk niet, je praat toch af en toe met hem via de telefoon? Dat is toch papa?’ Ik zie hoe hij er emotioneel onder lijdt. Hij is nog zo klein; ik kan hem dat nu zomaar niet vertellen. Hij moet eerst groter en sterker worden. Zeven jaar is toch te vroeg? Als Ahmad niet vrij komt, zal ik onze zoon de waarheid vertellen nadat hij tien geworden is.

“Onze dochter studeert volgend jaar af aan de middelbare school. Zij wil dolgraag dat haar papa erbij is als ze haar diploma krijgt. Amitis’ verjaardag zonder zijn vader maakt het jaareinde extra zwaar. Weet u, de druk op mij weegt als lood en neemt alleen maar toe. Ik kan het me niet permitteren om compleet in te storten, want de kinderen hebben mij nodig. Maar ook mijn man heeft me nodig; voor hem moet ik ook sterk zijn.”

 

U hebt geen familie in Zweden?

“Nee. Ik heb een paar goede vrienden in Stockholm waar ik altijd op kan rekenen, maar zonder familie blijft het moeilijk. Ik werk deeltijds en ben nu ook de enige kostwinner van het gezin. Mijn grootste bezorgdheid is en blijft mijn man. We moeten ervoor zorgen dat hij levend en wel terug naar huis komt. Dat is het enige dat telt, al de rest is bijzaak. Ik voel me daarin erg gesteund door zijn collega’s van de universiteit, door onze familie en door de hele wetenschappelijke wereld. Op 9 december stuurden 121 Nobelprijswinnaars een brief naar ayatollah Khamenei waarin ze de vrijlating van Ahmad vragen. Ze schrijven dat mijn man net als zij een wetenschapper is. Ze willen dat hij fatsoenlijk behandeld wordt en zo snel mogelijk op vrije voeten wordt gesteld. Ik ben hen daar zeer dankbaar voor.”

 

Zou u ermee kunnen akkoord kunnen gaan dat uw man eerst een nieuw, eerlijk proces krijgt?

“Zeker, daar hoop ik ook op. Ahmads advocaat zegt dat mijn man zonder bewijs veroordeeld is. Hij is compleet onschuldig en heeft bij een eerlijk proces dan ook niets te vrezen. Iran telt verschillende hooggerechtshoven. Door bij hen in beroep te gaan, proberen we een nieuw proces af te dwingen. Tot hiertoe werd de doodstraf telkens door zo’n hooggerechtshof bevestigd, maar misschien zijn er nog rechters die wél de moed hebben om Ahmad een faire kans te geven.”

 

Waarom werd hij op 25 april 2016 gearresteerd?

“De universiteit van Teheran had hem uitgenodigd voor een workshop. Hij was in de jaren daarvoor wel meer naar Iran gereisd, vaak op uitnodiging van diezelfde universiteit. Hij gaf dan workshops als professor en dokter gespecialiseerd in de rampengeneeskunde. Die 25e april reed hij van Teheran naar de vijftig kilometer verder gelegen stad Karaj. Onderweg werd hij gearresteerd door leden van de veiligheidsdiensten. Tien dagen lang hoorde ik niets van hem. Tot ik telefoon kreeg van onze familie in Iran. ‘Ahmad is opgepakt.’ Dat kon enkel een vergissing zijn. ‘Binnenkort wordt hij vrijgelaten’, dacht ik. Maar ze stopten hem in de isolatiecel.”

 

Was hij politiek actief?

“Nee, helemaal niet. Hij is een wetenschapper en politiek interesseerde hem niet. We leidden een gelukkig leven en we hebben in Iran nooit problemen gehad. Elk jaar in de zomervakantie reisden we samen naar ons geboorteland.

“Ahmads arrestatie was een donderslag bij heldere hemel, voor iedereen die hem kent. Ze beschuldigden hem ervan een spion te zijn voor de Israëlische geheime dienst Mossad. Ahmadreza werd er onder andere van beschuldigd de Mossad informatie te hebben gegeven waarmee ze dodelijke aanslagen op twee Iraanse nucleaire wetenschappers konden plegen. Mijn man heeft daar niets mee te maken. Hij is nu een gijzelaar van het Iraanse regime. 32 maanden lang al is het me totaal onduidelijk waarom ze hem dat doodvonnis gegeven hebben. Het is onmogelijk dat hij verantwoordelijk zou zijn voor de dood van twee wetenschappers. Er is geen flard bewijs dat hij een spion voor Israël is. Hij is nog nooit in dat land geweest en had geen contact met Israëli’s.”

 

Hij heeft toch toegegeven dat hij niet lang voor zijn arrestatie benaderd werd door een paar zakenmensen die informatie over Iran van hem wilden?

“Dat waren geen Israëliërs maar Europeanen. Zij werkten niet voor een Israëlisch bedrijf of voor de Mossad, maar stelden zichzelf voor als vertegenwoordigers van een farmaceutische onderneming gespecialiseerd in rampengeneeskunde. Ze vroegen Ahmad of hij toegang had tot data in Iran die interessant voor hen zouden kunnen zijn. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Ik ben een dokter, hoe zou ik toegang moeten hebben tot overheidsinformatie?’”

 

Hij legde op 17 december 2017 bekentenissen af op de Iraanse tv.

“Nee. Hij had het toen over ‘sommige mensen’ die hem gecontacteerd hadden en die net als hij specialisten waren in rampengeneeskunde. De Iraniërs hebben die beelden vervolgens gemanipuleerd en er een andere stem tussen gemonteerd. Die levert commentaar en beweert dat Ahmad toegeeft dat hij een Mossad-spion is. Ze lieten niet horen hoe Ahmad expliciet zei dat hij geweigerd had informatie over Iran aan die Europeanen te geven.”

 

Hebt u achteraf contact gezocht met die twee zakenmensen?

“Nee, ik ken hun namen niet en ik weet ook niet voor welk bedrijf ze werkten.”

 

Zou het kunnen dat ze door de Iraanse overheid op uw man waren afgestuurd om hem te ‘testen’?

“Dat is mogelijk. De hardheid en onverzettelijkheid van de Iraanse overheid baart mij grote zorgen. Ik heb stapels brieven gestuurd naar president Rohani die zogezegd een hervormer zou zijn. Hij heeft me nooit geantwoord. Sommigen geloven nog steeds dat Rohani vooruitstrevend is en de Iraanse burgers meer vrijheid wil geven, maar ik ben bang dat ze zich vergissen. Ik heb ook brieven geschreven naar Sadeq Larijani, de opperrechter van Iran en het hoofd van Justitie. Hij kan met een vingerknip de gevangenschap van mijn man ongedaan maken. Ook hij hult zich in stilzwijgen.

“Er zijn momenten waarop ik alle hoop verlies. Maar dan komt er een actie zoals die brief van de Nobelprijswinnaars en dan flakkert de hoop even op. Ik moét blijven hopen dat Ahmad op een dag terug thuis zal zijn. Ik krijg psychologische hulp, anders ga ik er compleet onderdoor. Weet u dat ze sommige terdoodveroordeelden nooit executeren, maar levenslang laten wegrotten in de cel? Ik heb het rare gevoel dat ze ook Ahmad nooit zullen executeren. Ik wil niet dat ze hem zijn leven lang vasthouden. Ze moéten hem laten gaan. Want levenslang in een Iraanse gevangenis is erger dan de dood.”

(c) Jan Stevens

 

 

Vida Mehrannia, de vrouw van de ter dood veroordeelde VUB-professor Ahmadreza Djalali: ‘Hij zit emotioneel helemaal aan de grond’

Sinds de arrestatie en terdoodveroordeling van haar man Ahmadreza Djalali is het leven van Vida Mehrannia een nachtmerrie. “In Europa ben je onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt. In Iran ben je schuldig van zodra ze met de vinger naar je wijzen.”

_DSC0016

Op 25 april 2016 werd professor in de rampengeneeskunde en VUB-gastdocent Ahmadreza Djalali in Iran gearresteerd. Anderhalf jaar later werd hij ter dood veroordeeld voor spionage. “Elke seconde denk ik aan hem”, zegt zijn vrouw Vida Mehrannia. “En alles wat ik nu onderneem, doe ik alleen voor hem. We willen hem niet kwijt. Ik ging onlangs met onze zoon van zes en onze dochter van vijftien naar een restaurant. We kregen een tafeltje met vier stoelen. Mijn zoon zei: ‘Eén stoel is voor papa.’ Ik verlang er naar om samen met mijn man en mijn kinderen terug een gezin te vormen. De Iraanse overheid moét hem laten gaan, want wij hebben hem nodig. Telkens wanneer hij me belt, wil hij weten wat wij aan het doen zijn. Hij mist ons ook zo verschrikkelijk hard.”

Vida Mehrannia spreekt zacht en behoedzaam. Haar lichaamstaal verraadt dat de last die ze draagt loodzwaar is. We zitten aan de keukentafel in haar flat in een voorstad van Stockholm. Voor haar ligt de thesis van haar man waarmee hij hij in 2012 aan de Zweedse Karolinska-universiteit doctoreerde in de rampengeneeskunde. “Zijn thesis handelt over de behandeling van slachtoffers van rampen over de hele wereld, maar vooral over de slachtoffers van de aardbeving van 2003 in de Iraanse stad Bam. Ze is ook opgedragen aan de slachtoffers van Bam.” Vida’s dochter heeft de griep; haar zoontje kijkt in de kamer ernaast naar een film. Vlak naast het tv-toestel staan foto’s waarop Ahmadreza Djalali samen met vrouw en kinderen poseert.

Vida Mehrannia: “Mijn man heeft deze flat nooit gezien. Niet lang na zijn arrestatie moesten we verhuizen naar een ander appartement. En niet veel later moesten we nóg eens verhuizen naar deze flat. Het is zo verdomd moeilijk om in Stockholm een betaalbare woonst te vinden. Vanaf dag één stond ik onder extreem zware druk. We hadden net samen een nieuw appartement gezocht en het was de bedoeling dat we zouden verhuizen nadat hij terug kwam van Iran. Maar hij kwam niet meer terug. De oude flat was opgezegd en het contract voor de nieuwe getekend, dus moest ik ons hele hebben en houden in mijn eentje inpakken. Ik crashte en zocht hulp bij een psycholoog, want ik raakte mijn bed niet meer uit. Ik dacht alleen maar aan hem en aan wat hij moest doorstaan. Maar ook mijn kinderen hadden mijn steun nodig. Ik slik pillen nu; die houden me overeind. Ons zoontje weet niet wat er met zijn papa gebeurd is. Hij denkt dat Ahmad in Iran aan het werk is. Hij weet niet dat hij in de gevangenis zit en ter dood veroordeeld is.”

 

Hoort hij daar op school dan niets over?

Mehrannia: “Nee. Ik heb heel de situatie uitgelegd aan de schooldirectie en de leerkrachten. Ze weten dat hij gelooft dat zijn papa lang in Iran moet blijven om er te werken. Elke dag zegt mijn zoontje: ‘Ik wou dat papa terug was.’ Ik sus hem dan: ‘Binnenkort is hij weer thuis.’ Ik breng hem ’s morgens naar school. Soms zegt hij: ‘Ik zou het zo fijn vinden als papa mij naar school bracht.’ Hij ziet hoe zijn klasgenootjes door hun papa’s worden gebracht of afgehaald; voor hem blijft dat een wensdroom. Af en toe praat hij met zijn papa aan de telefoon. Ahmad doet dan alsof hij van op zijn ‘werk’ in Iran belt. ‘Ik weet nog niet wanneer, maar ooit kom ik terug naar huis’, zegt hij dan. Onze dochter weet wel wat er aan de hand is. Ook zij loopt gebukt onder de stress. We hadden het al zo vreselijk moeilijk en dan kwam die veroordeling tot de doodstraf in oktober vorig jaar er nog eens bovenop. In de maanden daarvoor was er nog een beetje hoop. ‘Misschien laten ze hem vrij.’ Dat doodvonnis sloeg al onze hoop aan diggelen.”

 _DSC0081

Wanneer hebt u uw man voor het laatst gehoord?

Mehrannia: “Hij belt me nu elke dag een paar minuten. Hij is er emotioneel zeer slecht aan toe. Hij is erg ziek en heeft dringend medische hulp nodig. Maar de gevangenisdirectie en de Iraanse overheid weigeren hem te helpen. De laatste weken is hij 25 kilo vermagerd; hij kan niet goed eten en klaagt over buikpijn. Als dokter herkent hij symptomen bij zichzelf waar hij zich grote zorgen over maakt. We hebben meermaals gevraagd om hem naar een ziekenhuis over te brengen, maar ze doen alsof ze onze smeekbeden niet horen. Het interesseert hen niet dat mijn man ernstig ziek is. Op dit moment zit hij in de Evin-gevangenis in Teheran, in de vleugel van de politieke gevangenen. Hij deelt de cel met advocaten en leraars. De leerkrachten zitten gevangen omwille van hun politieke overtuiging; de advocaten omdat ze het aangedurfd hebben burgers met ‘afwijkende meningen’ te verdedigen. De eerste drie maanden van zijn gevangenschap zat hij in een isolatiecel van twee op drie meter. Zeven maanden lang mocht hij geen advocaat raadplegen. Daarna kreeg hij van de autoriteiten te horen dat ze de advocaat die hij wou niet accepteerden. Hij stelde vervolgens een nieuwe advocaat voor, maar ook die werd niet aanvaard. Ze gaven daar geen enkele reden of verklaring voor. Ahmadreza ging twee keer in hongerstaking om zijn recht op verdediging af te dwingen: eerst 44 dagen en daarna nóg eens 44 dagen. Hij verloor bijna 27 kilo. Maar ze gaven geen duimbreed toe. Uiteindelijk koos hij meester Daryabeighi uit een lijst van advocaten die hem door de rechter werd voorgelegd. Die heeft vervolgens mijn man in eerste aanleg ‘verdedigd’.”

 

Dat was ook de advocaat die vergat’ om beroep aan te tekenen nadat uw man de doodstraf gekregen had?

Mehrannia: “Dat klopt. Daryabeighi wist dat Ahmadreza ter dood veroordeeld was, maar een week lang lichtte hij daar niemand over in. Ik kwam het toch te weten en belde hem. ‘Uw man heeft inderdaad vorige week de doodstraf gekregen.’ Ik vroeg hem waarom hij mij niets had laten weten. ‘Omdat ik ook van niets wist.’ Wat ik onmogelijk kan geloven.”

 

Uw man werd op 25 april 2016 gearresteerd op beschuldiging van spionage voor de Israëlische geheime dienst Mossad.

Mehrannia: “Ahmad ontkent alles. Ze hebben geen enkel bewijs op tafel gelegd om hun beschuldigingen te staven. Hij was naar Iran gereisd voor een workshop op uitnodiging van de universiteit van Teheran. Of die uitnodiging opgezet spel was om hem in de val te lokken? Nee, in de loop der jaren reisde hij vaak naar Iran, meestal op uitnodiging van dezelfde universiteit. Die bezoeken verliepen altijd vlekkeloos. Ahmadreza ging naar die workshops in Teheran als wetenschapper, als professor en dokter gespecialiseerd in de rampengeneeskunde. Soms nodigde hij ook collega’s uit van de Italiaanse universiteit waaraan hij verbonden is. Ze reisden dan samen naar Teheran. Een jaar eerder hadden ze dat nog gedaan.”

 

Was uw man politiek actief?

Mehrannia: “Nee, dat is hij nooit geweest. Die 25e april was hij op weg van Teheran naar de vijftig kilometer verder gelegen stad Karaj. Hij werd tegengehouden en gearresteerd door leden van de veiligheidsdiensten. Tien dagen lang wist ik niet wat er gebeurd was. Ik hoorde niets meer van hem of van iemand anders. Tot ik telefoon kreeg van zijn familie in Iran. ‘Ahmad is door de veiligheidsdiensten opgepakt.’ Dat kon alleen maar een vergissing zijn. ‘Binnenkort laten ze hem vrij’, dacht ik. Maar ze stopten hem in de isolatiecel. Zijn familie in Iran mocht hij elke week een paar minuten bellen; zijn gezin in Zweden elke maand drie minuten. Net genoeg tijd om hem te laten weten dat alles goed met ons ging, ook al voelde ik me ellendig. We wisten nooit wanneer hij precies zou bellen. Hij maakte zich ontzettend veel zorgen over ons, want ze hadden gezegd dat ze zijn kinderen hier in Stockholm zouden oppakken.”

 

Werd hij gefolterd?

Mehrannia: “Lichamelijk niet, mentaal wel. Ze dreigden er vaak mee dat ze hem standrechtelijk zouden executeren. Voor de verhoren werd hij middenin de nacht vanuit de gevangenis geblinddoekt naar een andere plek gevoerd. Op die momenten was hij doodsbang dat ze hem zouden terechtstellen. Tot vandaag wordt hij psychisch zwaar mishandeld. Ook ik ben aan het eind van mijn Latijn. Sinds april 2016 heb ik enkel slecht nieuws te verwerken gekregen. (zucht) Soms verlies ik alle hoop en heel af en toe flakkert die dan toch weer op, bijvoorbeeld door de steun die we krijgen van de vele mensen die via Amnesty International brieven naar de Iraanse overheid schrijven. Maar dan komt er weer een onheilstijding en zakt alle moed me opnieuw in de schoenen.”

 

Ahmadreza Djalali gaf les aan de European Master in Disaster Medicine van de universiteit van Piemonte Orientale en de VUB. Daardoor had hij overal ter wereld contacten, ook met Israëlische collega’s.

Mehrannia: “Hij kende een paar Israëliërs uit de cursus, maar zeker geen agenten van de Mossad. Zijn Iraanse ondervragers beschuldigden hem ervan rechtstreekse contacten te onderhouden met de Israëlische geheime dienst. Ahmad zou de Mossad geheime informatie over Iran bezorgd hebben. Dat is nonsens, want al wie in Iran toegang heeft tot top secret-informatie, krijgt nooit toestemming om het land te verlaten. Mijn man reisde talloze malen naar Iran en kon altijd probleemloos de grens weer over. Niet lang voor hij de laatste keer naar Iran vertrok, had hij een ontmoeting met een paar Europeanen die hier in Zweden een bedrijf hebben dat gespecialiseerd is in rampenmedicatie. Zij hebben hem toen gevraagd of hij hen inlichtingen over Iran kon verschaffen. ‘Ik heb helemaal geen informatie over mijn land’, zei hij tegen hen.”

 

Er zijn dus wel degelijk mensen die uw man als informant wilden engageren?

Mehrannia: “Ja, maar dat waren Europeanen in dienst van een Europese onderneming en geen Israëliërs. Ik ben er zeker van dat ze niet in opdracht van de Mossad handelden. Ahmad heeft dat ook tegen zijn ondervragers gezegd: ‘Ik heb die mensen nooit geheime informatie over Iran bezorgd.’”

 

Maar waarom pakten ze dan juist hem op, als hij politiek nooit actief geweest is en geen enkele toegang had tot gevoelige informatie?

Mehrannia: “Omdat ze een voorbeeld wilden stellen. Ze hebben een hele zaak tegen hem gefabriceerd, integraal samengesteld uit verzinsels. Ze waren een puzzel aan het leggen en zagen mijn man als het ontbrekende stukje. Ahmadreza werd er onder andere van beschuldigd de Mossad informatie te hebben bezorgd waarmee ze dodelijke aanslagen konden plegen tegen twee Iraanse nucleaire wetenschappers. Mijn man heeft daar niets mee te maken. Op 5 maart schreef de Amerikaanse website Politico dat een van de bazen van de Mossad in mei 2003 aan zijn collega’s een plan presenteerde om een paar Iraanse nucleaire wetenschappers uit te schakelen. Het ultieme doel was vermijden dat Iran een kernwapen zou kunnen bouwen. In 2003 leefde Ahmadreza in Iran. Hij was bij die vergadering dus niet aanwezig. De Iraanse veiligheidsdienst beweert ook dat hij vlak voor de aanslagen in 2010 contact had met de Israëli’s. Dat is een pertinente leugen. Mijn man is onschuldig.”

 

Hij legde op 17 december vorig jaar wel bekentenissen af op de Iraanse tv.

Mehrannia: “Nee. Hij had het over ‘sommige mensen’ die contact met hem gezocht hadden en die net als hij gespecialiseerd zijn in rampengeneeskunde. Precies zoals ik het u daarnet heb uitgelegd. De Iraniërs hebben die beelden vervolgens gemanipuleerd, waardoor het leek alsof hij bekende dat hij een spion voor de Mossad is. Ze lieten niet zien dat mijn man zei dat hij geweigerd had om informatie over Iran aan die Europeanen te geven. Ze hebben er ook stemmen van anderen tussen gemonteerd die zeggen dat hij collaboreerde met Israël en de Mossad informatie bezorgde. Maar hij had helemaal geen toegang tot geheime documenten. Ongeveer acht jaar geleden hebben we Iran verlaten om in Europa te gaan wonen en werken. Hoe zou hij dan de voorbije jaren toegang gehad moeten hebben tot al die supergeheime informatie? En hoe komt het dan dat hij nooit aan de grens werd tegengehouden?”

 

De bijnamen van de rechter waar uw man voor moest verschijnen, zijn ‘the hanging judge’ en ‘the judge of death’. Dat voorspelde niet veel goeds?

Mehrannia: “Rechter Abolqasem Salavati heeft in zijn carrière talloos veel mensen de dood ingejaagd. Sinds de revolutie zijn in Iran een recordaantal mensen veroordeeld tot de strop of tot een andere barbaarse vorm van executie. Ahmads terdoodveroordeling was voor ons een gruwelijke schok. Hij is een briljante wetenschappelijke onderzoeker die in zijn hele leven nooit iets heeft mispeuterd. Hij is geen misdadiger of spion en is ter dood veroordeeld voor iets wat hij nooit gedaan heeft. Ik kan echt niet geloven dat hij voor de Mossad gespioneerd zou hebben en de dood van twee wetenschappers op zijn geweten zou hebben. Niemand van onze familie houdt dat voor mogelijk.”

 

Is zijn familie in Iran bang dat hen iets zal overkomen?

Mehrannia: “Zeker. Zijn moeder is de enige die het aandurft om zijn zaak op de voet te volgen. Zijn broers en zussen zijn bang, houden zich afzijdig en laten zich informeren door zijn huidige advocaat. Dat is gelukkig niet langer de favoriete meester van rechter Salavati, maar de raadsman die Ahmadreza oorspronkelijk zelf wou. Een paar weken geleden reisde het Zweedse Europarlementslid Lars Adaktusson naar Teheran. Hij wou Ahmads advocaat ontmoeten, maar de veiligheidsdiensten wilden dat niet toestaan.”

 

Bent u bedreigd door de Iraanse veiligheidsdiensten?

Mehrannia: “Nee. Ze hebben me ook nooit gecontacteerd. Ik heb zelf verschillende brieven gestuurd naar de Iraanse president Rohani van wie gezegd wordt dat hij een hervormer is. Hij heeft nooit gereageerd. Ahmad heeft hem vanuit de gevangenis ook een brief gestuurd waarin hij alle valse beschuldigingen weerlegt. Hij stuurde ook brieven naar Iraanse parlementairen en naar het hoofd van de Iraanse geheime dienst. Iedereen zwijgt.”

 

Gelooft u dat de briefschrijfacties van Amnesty International een verschil kunnen maken?

_DSC0005

Mehrannia: “Ik ben al die mensen die brieven schrijven om Ahmad vrij te krijgen ontzettend dankbaar. Wat de Belgische en Italiaanse afdelingen van Amnesty International voor ons doen, is fenomenaal. Ik ben ook heel blij met de hulp en de steun voor mijn man vanuit de Europese Gemeenschap. Ik heb een brief gekregen van Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de EU, nadat ik haar hulp gevraagd had. Ze schreef dat ze ons steunde en dat ze vragen zou stellen aan de Iraanse overheid. Tot hiertoe heeft dat niets opgeleverd. Een paar weken geleden kreeg ik hier in mijn huis bezoek van uw minister-president Geert Bourgeois. Hij was heel vriendelijk en begripvol. Hij beloofde me dat hij contact met me zou blijven houden en ons zou blijven steunen. Die blijvende internationale druk is van levensbelang. Ahmads zaak brengt nog maar eens voor het voetlicht dat het met de mensenrechten in Iran slecht gesteld is. Toen we er zelf nog leefden, hielden we ons afzijdig van de politiek. We hadden van niemand last en ik vond het dagelijkse leven best oké. Nu weet ik dat er in de Iraanse gevangenissen ontzettend veel mensen zitten die geen beroep mogen doen op een advocaat. Als het op mensenrechten aankomt, gaapt er een hemelsbrede kloof tussen Europa en Iran. Het recht op verdediging bestaat in mijn geboorteland niet en de rechters hebben er geen bewijzen nodig om iemand ter dood te veroordelen. In Europa is zoiets onmogelijk. Hier ben je onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt. In Iran ben je schuldig van zodra ze met de vinger naar je wijzen.”

 

 

Al dan niet vermeende spionnen zijn soms onderdeel van een gevangenenruil. Is dat een mogelijke uitweg?

Mehrannia: “In het verleden is er al zo’n gevangenenruil geweest. Begin 2016 maakten de VS en Iran een deal om vier door Iran gevangen genomen Amerikaanse staatsburgers te ruilen voor zeven gearresteerde Iraniërs. De internationale aanklachten tegen 14 andere werden ingetrokken. Wij zijn sinds kort Zweeds staatsburger, maar Zweden heeft jammer genoeg geen Iraniërs in de gevangenis zitten die geruild kunnen worden met mijn man. Ik heb ondertussen wel gehoord dat er ergens in Europa Iraniërs gevangen zitten, alleen weet ik nog niet waar. Ik stel mijn hoop nu op de Europarlementariërs. Misschien kunnen zij die mensen traceren en onderhandelingen over een ruil opstarten.”

 

Kan het Zweedse staatsburgerschap dat uw man op 17 februari kreeg, helpen om hem vrij te krijgen?

Mehrannia: “Er bestaat een groot misverstand over dat staatsburgerschap: hij heeft dat niet gekregen van de Zweedse regering als reactie op zijn veroordeling. Het is hem toegekend door de Zweedse immigratiedienst. We hadden onze vraag om Zweeds staatsburger te worden al een hele tijd eerder ingediend. We hebben de administratieve weg afgelegd, net als elke andere immigrant die Zweed wil worden. Het is toeval dat we de nationaliteit nu gekregen hebben.

“Ahmads advocaat heeft een verzoek ingediend voor een nieuw beroep. Of het aanvaard wordt, hangt af van de goodwill van het hooggerechtshof. Iran heeft verschillende hooggerechtshoven en de advocaat klopte al twee keer bij andere hoven aan, waar de rechters telkens de doodstraf bevestigden. We hopen dat het hof deze keer Ahmads zaak echt ernstig onder de loep neemt, maar misschien is dat wishful thinking. Toen het hooggerechtshof de eerste keer Ahmads doodstraf bekrachtigde, was ik twee weken out. Ik sleepte me door de dag en de nacht. Maar diep vanbinnen knaagde het besef dat ik mijn kinderen en mijn man niet in de steek kon laten. Dus verplichtte ik mezelf om verder te gaan. Ik krijg veel steun, maar sta toch overal alleen voor. Mijn man zit ver weg in die gevangenis en ik leef in Stockholm als een vreemdeling. Behalve mijn twee kinderen heb ik hier geen familie. Geen broer, zus, moeder of vader bij wie ik steun kan zoeken. Al mijn familieleden wonen in Iran en zijn doodsbang. Ik maak me dus ook nog eens zorgen over hen. Ik ben nu de enige die zorg draagt voor onze kinderen. Maar ik voel me psychisch niet goed en elke keer als er slecht nieuws uit Iran komt, zink ik nog dieper. Toen mijn man me de allereerste keer belde, kon ik hem bijna niet verstaan. Hij klonk zo zwak. Hij heeft nu boeken gekregen, maar lezen lukt hem niet, want ook hij zit emotioneel helemaal aan de grond. Het enige waar hij aan kan denken, is: ‘Hoe geraak ik uit de gevangenis?’ In onze telefoongesprekken begint hij altijd over hetzelfde: ‘Spreek zoveel mogelijk politici aan. Misschien kunnen zij me redden.’”

 

Houdt u er rekening mee dat jullie telefoongesprekken worden afgeluisterd?

Mehrannia: “Ja. Ik let dan ook altijd heel goed op wat ik tegen hem zeg. Want ze kunnen wraak nemen en hem terug in de isolatiecel gooien. Hij mag enkel naar mij bellen, naar een paar andere naaste familieleden en naar zijn advocaat. Ik heb hem verteld over de briefschrijfacties en over de steun uit België en andere Europese landen. Dat doet hem deugd. Zonder die internationale steun was hij al lang dood. Ze weten dat de wereld toekijkt. Zolang de ogen van de internationale gemeenschap op Ahmadreza gericht zijn, zullen ze hem misschien niet executeren. Normaal gezien krijgt een terdoodveroordeelde meteen een executiedatum. Ahmad heeft die nooit gekregen. Dat is geen teken van hoop, maar wil eerder zeggen dat ze afwachten tot de internationale steun afzwakt. Ik ben bang dat ze hem in stilte zullen doden van zodra de aandacht afneemt. De recente Iraanse geschiedenis leert me dat het zo werkt. Van zodra de internationale gemeenschap zwijgt, treedt de beul in actie.

“Elke dag schiet de gedachte door mijn hoofd: ‘Misschien laten ze hem binnenkort gaan en komt hij straks terug naar huis. Wie weet vandaag.’ Ik wil dat blijven geloven en klamp me daar aan vast. Ik kan niet aanvaarden dat onze kinderen hun papa nooit meer zullen zien.”

_DSC0037

Tekst: (c) Jan Stevens

Foto’s: (c) Veerle Van Hoey